Dit artikel verscheen in The New York Times.
Een nieuwe studie suggereert dat de hersenen van superouderen een bijzonder vermogen bezitten. De bevindingen kunnen helpen verklaren waarom deze groep zo’n uitzonderlijk geheugen heeft.
Een jong geheugen in een oud lichaam
Bij veel mensen gaat het brein achteruit naarmate ze ouder worden. Het raakt vol met slecht functionerende eiwitten, wat leidt tot celdood en verlies van geheugen en cognitie. Maar bij anderen blijft het brein bijna perfect intact; hun denkvermogen is op 80-jarige leeftijd net zo scherp als op hun 50e.
Een artikel dat woensdag 4 maart 2026 in het tijdschrift Nature is gepubliceerd, biedt een nieuwe mogelijke verklaring voor dit verschil en raakt aan een van de meest besproken onderwerpen in de neurowetenschappen: de vraag of het menselijk brein op volwassen leeftijd nieuwe neuronen kan aanmaken, een fenomeen dat neurogenese wordt genoemd.
De studie toonde aan dat zogenaamde ‘super-ouderen’ – mensen van 80 jaar en ouder met een geheugen dat overeenkomt met dat van iemand die 30 jaar jonger is – ongeveer twee keer zoveel nieuwe neuronen hadden als oudere volwassenen met een normaal geheugen voor hun leeftijd, en 2,5 keer zoveel als mensen met de ziekte van Alzheimer. Het onderzoek richtte zich op een gebied in de hersenen dat de hippocampus wordt genoemd. Dit gebied is belangrijk voor leren en geheugen en wordt beschouwd als de belangrijkste geboorteplaats van nieuwe neuronen.
“Dit artikel levert biologisch bewijs dat de ouder wordende hersenen plastisch zijn, zelfs tot op hoge leeftijd”, aldus Tamar Gefen, universitair docent psychiatrie en gedragswetenschappen aan de Northwestern University Feinberg School of Medicine, die aan het onderzoek heeft bijgedragen.
Hersenonderzoek
Om neurogenese bij oudere volwassenen te onderzoeken, probeerden de wetenschappers eerst tekenen ervan te vinden in de hersenen van jong-volwassenen tussen de 20 en 40 jaar die bij hun overlijden een normale cognitie hadden. Ze identificeerden genetische markers voor drie belangrijke celtypen: neurale stamcellen, neuroblasten en onrijpe neuronen.
“Het is bijna alsof neurale stamcellen baby’s zijn, neuroblasten een soort tieners en onrijpe neuronen bijna volwassenen”, aldus Orly Lazarov, hoogleraar neurowetenschappen aan het College of Medicine van de Universiteit van Illinois in Chicago, die het onderzoek leidde. De aanwezigheid van alle drie typen zou erop kunnen wijzen dat stamcellen actief zijn en zich delen in de hersenen en dat die nieuwe babycellen zich ontwikkelen tot volwassen neuronen.
Vervolgens zochten de wetenschappers naar dezelfde drie celtypen in de hersenen van vier groepen oudere volwassenen: mensen met een normale cognitie, mensen met een lichte cognitieve stoornis, mensen met de ziekte van Alzheimer en superouderen. Al deze personen hadden hun hersenen na hun overlijden ter beschikking gesteld voor onderzoek. Elke groep vertoonde tekenen van alle drie celtypen, maar de hoeveelheden verschilden dramatisch en leken verband te houden met de cognitieve functies van de mensen op het moment van overlijden.
Genetische invloeden
De superouderen hadden aanzienlijk meer onrijpe neuronen in hun hippocampus – niet alleen vergeleken met de andere oudere volwassenen, maar ook met de jonge volwassenen. De onrijpe neuronen van de superouderen hadden bovendien unieke genetische en epigenetische kenmerken die hen volgens de onderzoekers bestand maakten tegen veroudering.
Dr. Bryan Strange, hoogleraar klinische neurowetenschappen aan de Polytechnische Universiteit van Madrid, die een andere groep superouderen bestudeert, zei dat neurogenese zou kunnen helpen om andere unieke aspecten van de hersenen van superouderen te verklaren, waaronder het feit dat de hippocampus vaak veel groter is dan bij typische oudere volwassenen.
Hij wees er echter op dat superouderen andere verschillen in de hersenen hebben, zoals een groter volume in gebieden die geen neurogenese ondergaan en een grotere connectiviteit tussen hersenregio’s, die niet verklaard kunnen worden door de nieuwe bevindingen.
“Superveroudering treedt niet alleen op omdat er meer van deze jonge cellen zijn, maar ook omdat er een soort genetische programmering bestaat die hun behoud mogelijk maakt”, aldus Dr. Gefen.
Mogelijke behandeling van Alzheimer
Het onderzoek bracht ook iets interessants aan het licht over mensen in de Alzheimergroep. Zij hadden namelijk meer neurale stamcellen vergeleken met andere ouderen, maar veel minder neuroblasten en onrijpe neuronen.
“Bij normale neurogenese verlies je geleidelijk de stamcellen,” aldus Hongjun Song, hoogleraar neurowetenschappen aan de Perelman School of Medicine van de Universiteit van Pennsylvania, die onderzoek doet naar neurogenese maar niet bij het onderzoek betrokken was. Een mogelijke interpretatie van de nieuwe bevindingen is dat bij de ziekte van Alzheimer de neurogenese verstoord raakt en de stamcellen worden uitgeschakeld, waardoor ze zich niet verder kunnen ontwikkelen. Hierdoor blijft de stamcelpopulatie behouden.
“Als dat klopt, opent dat echt een nieuwe richting voor het vakgebied” om Alzheimer mogelijk te behandelen door de slapende stamcellen te reactiveren, aldus Dr. Song.
‘Wetenschap’ zoekt en debatteert
Niet iedereen is overtuigd van de nieuwe bevindingen. Shawn Sorrells, universitair hoofddocent neurowetenschappen aan de Universiteit van Pittsburgh, die ook onderzoek doet naar neurogenese, zegt dat het doel van de wetenschappers om in kaart te brengen “hoe de hippocampus verandert met het ouder worden en hoe die veranderingen verschillen bij mensen die op verschillende manieren ouder worden, buitengewoon interessant en belangrijk is.”
Maar dr. Sorrells vreest dat de studie last heeft van dezelfde methodologische tekortkomingen en aannames als ander onderzoek naar neurogenese. Hij voegde eraan toe dat hij de bevindingen graag gevalideerd zou zien met behulp van andere technieken.
Experts zijn het erover eens dat baby’s en jonge kinderen in staat zijn nieuwe neuronen in de hersenen aan te maken, net als verschillende soorten volwassen dieren. Maar velen denken dat het nog steeds niet duidelijk is of volwassen mensen over hetzelfde vermogen beschikken. Er zijn talloze studies die bewijs leveren voor beide standpunten, en de resultaten worden vaak beïnvloed door de gebruikte onderzoeksmethoden.
Deze nieuwste studie zal het debat waarschijnlijk niet beslechten, maar biedt wetenschappers wel nieuwe aanknopingspunten. Dr. Lazarov probeert nu te begrijpen hoe de speciale, onrijpe neuronen van superouderen verband houden met het superieure geheugen van deze groep, en of het mogelijk zou zijn om een deel van die activiteit te benutten in een medicijn om anderen te helpen langer scherp te blijven.
Dana G. Smith is verslaggever bij de Times en schrijft over persoonlijke gezondheid, met name veroudering en hersengezondheid.
Lees ook andere blogs over dementie:
Over dementie (1) – vermindering van de mentale capaciteiten



